Dorpsnieuws

Joost JansenTienduizend talenten en honderd denariën: het zijn getallen die niet met elkaar te vergelijken  zijn. De tienduizend talenten zijn een beetje de jackpot van de Staatsloterij, de honderd denariën is het tientje dat je geeft aan een goed doel. Van dit laatste zeggen de mensen dat het een druppel op de gloeiende plaat is. Ik zeg dan: laten we maar goed doordruppelen, uiteindelijk blust dit het vuur.

Ik kom hierop bij het mediteren van dit evangelie maar ook doordat het ziekenzondag is. We komen uit een bijzondere periode waarin we geconfronteerd worden met honderden doden, dan wel niet per dag maar toch in een paar dagen. Met te grote druk op de IC-afdelingen en elders in de ziekenhuizen. We konden die hoge aantallen op den  duur niet meer aan. Dat Piet of Maria aan corona zijn overleden in Laverhof: zo iets raakt je meer. Net zoals de actie van die dienaar in het evangelie die de kleine som geld onmiddellijk terug wil hebben en geen genade kent ten opzichte van de man die hem honderd denariën schuldig is. Dit laatste raakt je. Het is de uitstraling van het kleine gebaar, of dit gebaar nu ten goede is of eerder afbreuk doet aan de goede verhoudingen.
Het is ziekenzondag en we staan stil bij onze omgang met zieke en kwetsbare mensen. Honderden of zelfs duizenden zieken en overledenen kunnen we moeilijk bevatten, die ene zieke in onze parochie die ik bezoek en waarmee ik meeleef, heeft een grotere impact op mijn leven dan al die doden waarvan de cijfers ’s avonds bij het journaal langskomen. Aandacht en ook gepaste afstand vragen veel van mij. Aandacht kan ik plaatsen maar gepaste afstand? Zeker de anderhalve meter maatregel van Rutte? Die bedoel ik niet. Naast de bewogenheid en aandacht voor deze ene zieke of kwetsbare mens, is er ook een innerlijke afstand nodig. Waarom? Om deze kwetsbare mens in zijn eigen wezen te respecteren. We kunnen ons focussen op wat allemaal niet meer kan, we kunnen ons ook richten op wat hij of zij wel kan. Openheid voor relatie met wie ons overstijgt en geborgenheid biedt, hoort daarbij. Bidden we wel eens met de mens die we bezoeken of laten we een gebed achter als we gaan?

Er is meer. Het evangelie heeft het over het kwijtschelden van een schuld. Schulden zijn er te kust en te keur. Je hebt financiële schulden, daar gaat het in eerste instantie in het evangelie om. Er zijn ook andere schulden. Zijn mensen verzoend met hun leven? Is hun hart, hun ziel, op orde? Zijn ze in vrede in de laatste fase van hun leven? Dit is een heel moeilijk onderwerp. Bij het literair festival Het VerhAal dat eens in de twee jaar langs het riviertje de Aa wordt gehouden heb ik de laatste keer gezeten onder een grote parasol. Op tien meter stond een bordje met de vraag: ‘Wat houd je bezig?’ Op zeven meter de tekst: ‘Wat wil je kwijt’ en op drie meter de suggestie: ‘Spreek vrij-uit!’ Ik ben er gaan zitten om kwart over twaalf en ben gestopt om kwart voor zes. De hele tijd zijn mensen bij mij neergestreken en hebben zich vrij-gesproken. Indrukwekkend. Soms waren het voorvallen van lang geleden. Steeds was het voor hem of voor haar een bevrijdend moment. Wat hier gebeurde staat model voor iedere ontmoeting waarbij het gaat om wat een mens ten diepste beroert.

Ieder van ons komt een keer in de gelegenheid of om gewoon maar ‘te-zijn’ bij een kwetsbare medemens of dat jezelf kwetsbaar wordt en naar het einde van je leven gaat. Niemand is hiervan uitgezonderd. Wat dan belangrijk is het dat je met jezelf, met je omgeving en met je verleden verzoend bent! Kan ons dit inspireren op deze Ziekenzondag? Kun je er wat van meenemen in je contacten? Doe het niet te snel af met: dat is iets voor de pastoor. Ik meen dat ieder van ons een antenne heeft om van binnenuit te luisteren naar een ander. We kunnen elkaar zoveel goed doen door alleen maar te luisteren en misschien iets te zeggen waardoor die ander voelt : dit is goed, dit maakt me rustig van binnen.

Misschien is dit maar een druppel op een gloeiende plaat, wellicht denk je dat wat je doet niet zo bijzonder is. Dat is het WEL. Laten we maar beginnen…

Joost Jansen, pastoor

Plaats reactie