Dorpsnieuws

Joost JansenVrijheid van meningsuiting staat bij ons in de Grondwet. Artikel 7, om uw kennis wat op te frissen. Je hebt geen toestemming van de overheid nodig om je mening te geven, er is geen censuur. Dat is goed en we zien dat met al die demonstraties van artikel 7 van de Grondwet goed wordt geprofiteerd. Je mag dus alles zeggen… Is dat zo?

Jezus lijkt in dit stukje evangelie dit aan te moedigen. Spreek vrijuit, misschien ook: spreek je vrij, want er zijn nogal wat belemmeringen om vrijuit te spreken, niet alleen van buiten af maar ook van binnen uit. Ik durf soms niet mijn mond open te doen omdat ik bang ben om iemand te beschadigen of omdat ik de uitwerking van mijn woorden niet kan overzien en daar dan bang voor ben. Het is voor u en mij niet altijd eenvoudig.

Laten we beginnen bij die vrijheid van meningsuiting in onze samenleving. Het is een groot goed dat wij in een vrij land leven. Dat is niet overal zo op onze aardbol. Maar kun je alles zomaar zeggen? De een zegt ja, de ander heeft daar zo zijn bedenkingen bij. Tot die laatste categorie behoor ik. Ik ben tegen racisme, maar zeggen dat je bij overtreding de ander zijn gezicht toetakelt, is voor mij een stap te ver. Ook dat is terreur, vergelijkbaar met de terreur van de racist. Wat sommige politici in naam van de vrijheid van meningsuiting durven zeggen, bouwt niet op. Kijk, daar kom ik al een criterium op het spoor: bouwt het de samenleving op of brengt het alleen maar grotere verdeeldheid?

Dan kom ik weer bij ons evangelie van vandaag. De bedoeling van Jezus is te getuigen, te getuigen van wat Hij ons wil brengen en dat is een Blijde Boodschap, dat is opbouw van een verbond van mensen. Het Nieuwe Verbond dat God, zijn Vader, met ons uitbouwen. Prima, maar hoe doe je dat? Je kunt mistoestanden aanklagen, maar is dit vruchtbaar? Enige tijd geleden was ik bij een bedankavond voor een groep vrijwilligers. Twee zouden er ook afscheid nemen. Ze hadden zich jarenlang ingezet. Ik hield een bedankspeech en toen… Hij nam het woord en begon in felle bewoordingen de hele organisatie af te fikken. Iedereen hield zijn adem in. Plotseling zei een jong iemand die nog maar kort bij de organisatie was: ‘Zullen we een liedje zingen?’ Ineens keerde de zaak zich om. Bij de profeet Jeremia in de eerste lezing hoor ik ook zo iets: Jeremia wordt van alle kanten belaagd omdat men van binnen wel weet dat hij gelijk heeft maar dat men er niet aan wil. En dan staat er: Zingt een loflied voor de Heer… De zaak komt in een ander perspectief te staan.

Ik leer hiervan dat je veel, wellicht alles, kunt zeggen als het perspectief maar op opbouw gericht is. Die ander, misschien wel een ontzettende kwetsbare mens moet niet beschadigd raken. Je blijft verantwoordelijk voor wat je zegt. Het gaat er niet om wat proefballonnetjes op te laten alleen om wat reuring te veroorzaken. In de politiek gebeurt dit maar al te vaak. Maar ook op een feestje of bij een borrel…

Er is meer. Wanneer je vrijuit spreekt dan gebeurt er ook iets van binnen. Wat in mij leeft is lang niet altijd zuiver. Wanneer Jezus me aanmoedigt om wat in me leeft vrij uit te spreken dan merk ik wat er in mij leeft. Het wordt duidelijk niet alleen voor wie mij hoort, ik word ook duidelijk aan mezelf. Dit gebeurt nu al terwijl ik tot u spreek. Bouw ik op? Dien ik het Rijk van God? Voelen andere mensen dat ik de tederheid van God met hen deel? Merken we samen dat we in het goede perspectief staan en dat we hieraan samen bouwen? Zomaar wat vragen die wel hout snijden.

Deze vragen zijn worden des te actueler omdat met de Corona-omstandigheden onze maatschappelijke verhoudingen onder druk staan. Niet alles wat kan is vruchtbaar en kan dus zomaar. We zullen keuzes moeten maken. Daarom is het belangrijk dat wij vrijuit spreken en met elkaar werken aan goede verhoudingen. Onze wereld en onze samenleving wordt goed door elkaar geschud. De Blijde Boodschap die we elke week weer ontvangen, wil ons hart en onze handen richten. Samen lukt ‘t, daar ben ik heilig van overtuigd. Maar dan moeten we wel vrijuit er over praten. Misschien straks al op het kerkplein!

Joost Jansen, pastoor

Plaats reactie