Dorpsnieuws

Joost JansenAls iemand zijn kruis niet draagt… Laten we zo’n zin eens tot ons doordringen. We willen er vaak niet aan. ‘Laten we maar niet aan ziekte of de dood denken, die komt toch wel ’n keer. We willen nu alles uit het leven halen. Je leeft toch maar één keer?’ Dit zijn reacties die je hoort wanneer iemand – in onze ogen - te vroeg sterft.

Is dat het nu? Het is waar: je leeft maar één keer! Leven is eindig… Maar nu even niet.

U voelt hoe dubbel we met deze opmerkingen (die je overal kunt horen) in het leven staan. Ergens weten we dat het leven eindig is, maar nu even niet. Totdat… totdat je zelf ’n keer flink ziek bent, misschien wel levensgevaarlijk ziek, of chronisch ziek, dan hoop ik dat iemand er wel bij stil staat en niet zijn hoofd in het zand steekt. Dat je eens stilstaat bij de kwetsbaarheid van het menselijke bestaan. Wat leer je van de gebeurtenissen in je bestaan? Een belangrijke vraag die velen zich niet stellen… Toch is dit de enige weg, meen ik, om met de hobbels in het leven om te gaan. Leren van het leven.

We hoorden hoe mensen met Jezus meetrokken, waarschijnlijk omdat Hij succes had. Hij trok mensen aan, was aantrekkelijk. Tot op zekere hoogte… Je bent vaak aantrekkelijk zolang mensen iets aan je hebben. Gaat het je voor de wind, massa’s mensen willen vriend met je worden in de hoop dat er iets aan de strijkstok blijft kleven. De ware vrienden leer je pas kennen en waarderen wanneer er tegenslagen zijn. Dat zijn de ware tochtgenoten die je wijzen dat er zoveel meer is dan je voor mogelijk houdt. Dat zijn je naasten die samen met jou het kruis dragen. Jezus heeft het er over in het evangelie: je kruis dragen. Hij had Simon van Cyrene om hem te helpen, wij kunnen voor elkaar een Simon van Cyrene zijn, of misschien wel een Jezus, iemand die aanwezig is in alle levensomstandigheden.

Maar… ik beluister in het evangelie ook nog een andere raad. Bezint eer ge begint… Bereid je af en toe voor. Neem de tijd om bij de kwetsbaarheid van je leven stil te staan. Gelukkig zijn er perioden in je leven dat je alles aan kunt. Fantastisch. Heerlijk. Dit hoeft niet altijd zo te duren en blijft ook niet altijd zo. Dat bezinnen doen we nu ook in deze viering, in elke viering. Ieder keer wanneer we hier vieren rond dat Woord van God en ook bij de eucharistie, noemen we tevens de zieken. Het is vaak een routine-gebed, en routine-gebeden zijn niet per definitie slecht. Routine-gebed of niet: we staan bij de zieken stil. We denken aan mensen die soms opgesloten zitten in hun eigen wereld omdat ze door hun ziekte op zichzelf teruggeworpen worden. Als het gebed voor de zieken dan ook nog leidt tot bezoek aan zieken en kwetsbaren dan is aanwezig-zijn een cadeau.

Dat bezint eer ge begint, dat gaan zitten in rust en overpeinzing, is vandaag moeilijker dan vroeger. We worden opgejaagd en nemen vaak niet de tijd om even stil te staan bij wat we doen en met welke focus. Te pas en soms te onpas zeg ik zelf: Waartoe zijn we nu op aarde? Ik merk dat ik dit zeg als ik een beetje in de ronde loop, niet precies wetend wat te doen. Dat kan zelfs in de refter zijn bij het opruimen van de tafels en het dekken voor de volgende maaltijd. Je denkt dan al wat je straks allemaal ‘moet’ doen. Ik ben dan minder gefocust. Waartoe ben ik dan op aarde? Om de tafel te dekken. Wanneer iemand een beroep op me doet, zo maar, zonder afspraak: ook dan moet ik even passen op de plaats maken: wat vraagt God nú van mij. Dat ik aandacht heb voor deze ene unieke mens die misschien alleen maar verlangt dat ik haar hand vasthoudt, of een kwartiertje luister. Zo simpel kan het zijn.

Onze geloofsgemeenschappen kunnen het niet meer hebben van de grote aantallen doopsels, eerste-communies, volle kerken. Onze geloofsgemeenschappen worden eerder afgerekend op onze inzet voor de kwetsbaren. Daar is de lakmoesproef van ons gelovig engagement. Daaraan is af te lezen hoeveel liefde we operationeel houden als gemeenschap.

Ziekenzondag is maar één zondag per jaar, maar daarmee zijn we niet klaar. Ik heb bewondering voor onze mensen die de zieken, kwetsbaren, eenzamen bezoeken. Niemand is echter ontslagen van dit dienstwerk. Zo dragen we elkaars kruis.

Joost Jansen, pastoor

Plaats reactie